Veel gestelde vragen gezondheid en hoogspanningslijnen

1. Wat is het effect van hoogspanningslijnen op de gezondheid?

Sinds 1979 wordt er wereldwijd wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de mogelijke effecten op de gezondheid van het wonen nabij hoogspanningslijnen. In 2000 heeft de Gezondheidsraad een advies uitgebracht over de mogelijke gezondheidsrisico's van onder meer magnetische velden rond bovengrondse hoogspanningslijnen. Als het gaat over mogelijke gezondheidseffecten, maakt de Gezondheidsraad onderscheid tussen korte- en langetermijneffecten.

Kortetermijneffecten
Kortetermijneffecten kunnen ontstaan doordat magnetische velden elektrische stromen in het lichaam opwekken. Als deze velden sterker dan een bepaalde waarde zijn, kan bijvoorbeeld de werking van zenuwen en spieren worden verstoord of kunnen lichtflitsen in het oog worden waargenomen. De Europese Unie heeft een referentieniveau aanbevolen van 100 microtesla; als dit niet wordt overschreden, kan worden aangenomen dat dergelijke kortetermijneffecten niet optreden. In Nederland wordt dit referentieniveau op maaiveldhoogte nergens overschreden - ook niet onder de draden van bovengrondse hoogspanninglijnen.

Langetermijneffecten
Een langetermijneffect dat in internationaal wetenschappelijk onderzoek gevonden is, is een verhoogde kans op leukemie bij kinderen tot 15 jaar die langdurig nabij hoogspanningslijnen verblijven. In Nederland zou het als gevolg van wonen bij bovengrondse hoogspanningslijnen om ongeveer één extra kind met leukemie per twee jaar gaan. Het Kennisplatform heeft in 2009 een kennisbericht uitgebracht over hoogspanningslijnen en kinderleukemie. In dit kennisbericht zet het Kennisplatform de feiten en overwegingen over leukemie nabij hoogspanningslijnen op een rij.

Een mogelijk ander langetermijneffect is de ziekte van Alzheimer. In een Zwitsers onderzoek zijn aanwijzigingen gevonden voor een mogelijk verband tussen het overlijden aan de ziekte van Alzheimer en het langdurig wonen in de nabijheid van hoogspanninglijnen.

Het is niet duidelijk waaraan het ligt dat kinderen die in de buurt van hoogspanningslijnen wonen een verhoogde kans op leukemie hebben. Ook de oorzaak van het mogelijke verband tussen langdurig wonen bij hoogspanningslijnen en overlijden aan de ziekte van Alzheimer is niet duidelijk.


2. Welk verband bestaat er tussen leukemie en wonen in de buurt van hoogspanningslijnen?
De Gezondheidsraad concludeert dat internationaal onderzoek een statistisch verband heeft aangetoond tussen het wonen in de buurt van hoogspanningslijnen en een verhoging van de kans op leukemie bij kinderen tot 15 jaar. Dit verband wordt gevonden bij magnetische velden met een waarde hoger dan een waarde ergens tussen 0,2 en 0,5 microtesla. Er is een statistisch verband gevonden, maar geen oorzakelijk verband. Met andere woorden: het is niet zeker dat blootstelling aan de magnetische velden de verhoogde kans op leukemie veroorzaakt. De waarde van tussen de 0,2 en 0,5 microtesla kan niet zonder meer worden vergeleken met het referentieniveau van 100 microtesla dat door de Europese Unie is aanbevolen. Dit referentieniveau is namelijk vastgesteld ter voorkoming van kortetermijneffecten.

De oorzaak van het verband tussen het wonen in de buurt van bovengrondse hoogspanningslijnen en het optreden van kinderleukemie, is niet bekend. Onderzoek heeft tot nu toe de oorzaak niet kunnen aanwijzen. In de toekomst kan blijken dat het gevonden verband aan andere oorzaken toegeschreven moet worden. De Gezondheidsraad concludeerde in 2000 daarom dat er geen reden was om te adviseren maatregelen te nemen om het wonen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningslijnen te beperken.

Het RIVM heeft een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke risico's op leukemie bij kinderen en komt tot een soortgelijke conclusie. Uit het rapport 'Magnetische velden van hoogspanningslijnen en leukemie bij kinderen' uit 2001 blijkt dat kinderen die wonen in gebieden waar de magnetische velden sterker dan 0,3 à 0,4 microtesla zijn een tweemaal zo hoog risico op leukemie lopen. Dat risico is hoger dan het in het milieubeleid gehanteerde maximaal toelaatbare risico. Omdat in Nederland minder dan 1% van de kinderen in de buurt van hoogspanningslijnen woont, gaat het in Nederland om ongeveer 1 nieuw geval van leukemie per 2 jaar. In totaal komen in Nederland ieder jaar ongeveer 135 nieuwe gevallen van kinderleukemie voor. Ook het RIVM geeft aan dat er alleen sprake is van een statistisch verband en dat er geen aanwijzingen zijn voor een oorzakelijk verband.


3. Hoeveel woningen liggen in de buurt van hoogspanningslijnen?
Nederland heeft ongeveer 4000 kilometer aan bovengrondse hoogspanningslijnen. Het gebied waarop deze lijnen invloed hebben, hangt af van het type lijn en varieert van ongeveer 30 tot circa 200 meter aan beide zijden. Er liggen om en nabij 25.000 woningen in deze 'invloedsgebieden'.


4. Beïnvloeden hoogspanningslijnen de schadelijke effecten van fijn stof?
Voor zover nu bekend beïnvloeden bovengrondse hoogspanningslijnen de schadelijke effecten van fijn stof niet. Hoogspanningslijnen kunnen fijn stof soms wel elektrisch opladen, maar dat is te weinig om het meer dan normaal aan longen, luchtwegen en de huid te laten 'plakken'. Dit concludeerde het RIVM in 2007 uit een literatuuronderzoek in opdracht van het ministerie van VROM (RIVM rapport ‘Hoogspanningslijnen en fijn stof’). Deze conclusie geldt nog steeds omdat er sindsdien geen nieuwe gegevens beschikbaar zijn gekomen.

Aanleiding voor het onderzoek was de bezorgdheid over hun gezondheid van mensen die bij een drukke verkeersweg en bij een hoogspanningslijn wonen. Die bezorgdheid is het gevolg van wetenschappelijke publicaties waarin wordt beweerd dat elektrische ontladingen bij de hoogspanningsdraden fijn stof kunnen opladen. Hierdoor zou er meer fijn stof in longen, luchtwegen of op de huid blijven 'plakken'. Dit zou ertoe kunnen leiden dat de effecten van fijn stof (hart- en luchtwegaandoeningen) versterkt worden.

Het mechanisme kent vier stappen. De eerste drie stappen - het ontstaan van elektrische ontladingen bij hoogspanningslijnen, opladen van fijn stof en verspreiden van het extra geladen fijn stof door de wind - zijn met metingen aangetoond. De vierde, beslissende stap - extra neerslag van fijn stof in longen luchtwegen of op de huid - is niet aannemelijk gemaakt.

Veel extra lading op fijnstofdeeltjes leidt wel tot extra neerslag in de luchtwegen, maar daar is zeker een tien keer hogere lading voor nodig dan bij een hoogspanningslijn kan ontstaan. Een onderzoek met een metalen mal van luchtwegen lijkt wel op extra neerslag te wijzen, maar die resultaten kunnen zonder nader onderzoek niet naar effecten op de mens worden vertaald. Ook extra neerslag op de huid is tot nu toe niet aannemelijk gemaakt.