Mobiele telefoons en gebruiksafstand

Deel 2: Achtergrondinformatie bij maatschappelijke vragen over de afstand tot de mobiele telefoon tijdens het gebruik
4 februari 2013

Zendsignaal telefoon en gebruiksmogelijkheden
Mobiele telefoons maken voor de draadloze communicatie gebruik van elektromagnetische velden. De draadloze verbinding van de telefoon met de zendmast wordt gebruikt voor het voeren van gesprekken, verzenden van korte tekstberichten (SMS, WhatsApp etc..) en het gebruik van internet (browsen, e-mail, internetradio, Spotify etc.).

Hoe sterk het zendsignaal moet zijn om de draadloze verbinding mogelijk te maken, hangt af van de afstand van de telefoon tot de zendmast, de hoeveelheid informatie die wordt verzonden, en obstakels tussen de telefoon en de zendmast zoals bebouwing en bomen maar ook het eigen lichaam. De telefoon past de sterkte van het zendsignaal aan de situatie aan. Dat betekent dat een telefoon voor eenzelfde verbinding over een korte afstand zonder obstakels minder energie uitzendt dan voor een verbinding over een langere afstand zonder obstakels of een korte afstand met obstakels.

De telefoon wordt gewoonlijk in de hand of tegen het hoofd gehouden of in de borst-, broek- of jaszak gedragen. De telefoon wordt ook gebruikt in combinatie met een oortje, waarbij de telefoon tijdens het bellen in de hand wordt gehouden, in een zak wordt gedragen of wordt weggelegd bijvoorbeeld in een telefoonhouder of op een tafel. In de gebruiksaanwijzing van een aantal mobiele telefoons wordt aanbevolen de telefoon hierbij niet tegen het lichaam te dragen maar op een afstand te houden. De meest gemelde afstand is 1,5 cm. In de praktijk is daarvoor weinig aandacht.

Maatschappelijke vragen over de afstand tot de mobiele telefoon tijdens het gebruik
In een uitzending van het televisieprogramma Zembla is de afstand tussen de telefoon en het lichaam die door enkele fabrikanten in de gebruiksaanwijzing is vermeld, vertaald in de boodschap dat de fabrikanten zelf stellen dat de telefoon tijdens het bellen niet tegen het oor gehouden zou mogen worden. Als alternatief is het bellen met een oortje genoemd.
In reactie daarop heeft het Kennisplatform enkele gebruiksaanwijzingen van mobiele telefoons onderzocht op de feitelijke beschrijving. In een deel van de gebruiksaanwijzingen staat een aanbeveling om een afstand tussen het lichaam en de telefoon aan te houden. Het voorbeeld in Kader 1 is illustratief.

Kader 1: Voorbeeld gebruiksaanwijzing
Wanneer u de mobiele telefoon “bij u hebt, moet u ervoor zorgen dat de afstand tussen het apparaat en uw lichaam tenminste 15 mm bedraagt zodat het blootstellingsniveau op of onder de maximumwaarde blijft. Gebruik geen hoesjes met metalen onderdelen“.

In vervolg op de Zembla-uitzending heeft het Kennisplatform enkele fabrikanten gevraagd om een toelichting op de aanbeveling in de gebruiksaanwijzing. Concreet is hen gevraagd:

“De vraag is of gelet op de door de ICNIRP aanbevolen basisrestricties en referentieniveaus het veilig is om de telefoon op het lichaam te dragen. Met andere woorden, is het duidelijk dat de door de ICNIRP aanbevolen basisrestricties en referentieniveaus niet worden overschreden tijdens het bellen met de telefoon terwijl het apparaat tegen het lichaam aan wordt gehouden, dus op 0 of bijna 0 cm in plaats van de aanbevolen 1,5 cm (de situatie waarin de telefoon tijdens het bellen tegen het oor wordt gehouden of waarin er met een headset wordt gebeld en het apparaat in de broekzak zit).”

Ook is naar aanleiding van de Zembla-uitzending vanuit de Klankbordgroep een vraag aan het Kennisplatform gesteld: “In de bijsluiters van fabrikanten staat dat een mobiele telefoon 15 mm van het oor vandaan gehouden moet worden, tijdens bellen. Wat zijn de gevolgen wanneer men dat regelmatig niet doet?”

Veilig bij gebruik tegen het oor?
Telefoons mogen in Europa alleen verkocht worden wanneer ze veilig zijn bij het gebruik direct tegen het oor. Uit de productnormen blijkt dat mobiele telefoons tijdens de veiligheidstest tegen het oor gehouden moet worden. De reacties van de fabrikanten bevestigen dat ook. Overigens zijn er bij de verkenning van het Kennisplatform geen gebruiksaanwijzingen gevonden waarin staat dat de telefoon bij het gebruik niet tegen het oor mag worden gehouden. Bij bellen met de telefoon tegen het oor zullen de veiligheidslimieten onder normale omstandigheden dan ook niet worden overschreden.

Veilig bij het dragen op het lichaam?
Bij het dragen van de telefoon op het lichaam kan de blootstelling van het lichaam aan telefoonzendsignalen hoger zijn dan wanneer het toestel tegen het oor wordt gehouden. Door de ronde vorm van het hoofd worden zendsignalen minder tegengehouden dan bij het lichaam het geval is als gevolg van de vlakkere vorm van het lichaam. Bovendien is het dan mogelijk dat de telefoon met de antennezijde (achterkant van de telefoon) direct tegen het lichaam aan wordt gebruikt, waardoor er meer zendsignalen door het lichaam kunnen worden opgenomen. Bij de veiligheidstesten van de telefoon is door sommige fabrikanten een gebruiksafstand gehanteerd voor het dragen van de telefoon op het lichaam. Die gebruiksafstand vermelden deze fabrikanten vervolgens in de gebruiksaanwijzing. Een veelgenoemde afstand is 1,5 cm.

Volgens de fabrikanten en de productnormen is het gebruik van de telefoon veilig wanneer de afstanden die in de gebruiksaanwijzing worden genoemd door de gebruiker worden gehanteerd. Gelet op reacties van de fabrikanten is het niet uit te sluiten dat voor sommige telefoons de blootstellingslimiet wordt overschreden wanneer de telefoon dichter bij het lichaam wordt gehouden dan de in de gebruiksaanwijzing aanbevolen afstand. De limieten en productnormen worden toegelicht op de internet pagina ‘Regelgeving voor mobiele telefoons’.

Het gebruik van de telefoon en de handelingsperspectieven
Indien de gebruiksaanwijzing een afstand tussen de telefoon en het lichaam aanbeveelt, maar die afstand niet wordt aangehouden dan kan de blootstellingslimiet worden overschreden. Die limiet is vastgesteld om de gezondheidseffecten van overmatige opwarming te voorkomen. Of er overmatige opwarming optreedt, is afhankelijk van de telefoon, de kwaliteit van de verbinding met de zendmast, de oriëntatie van de telefoon (voor- of achterkant tegen het lichaam) en de lichaamskenmerken van de gebruiker. In zijn algemeenheid kan daar geen uitspraak over worden gedaan. Door de beperkte indringdiepte van de zendsignalen in het menselijk lichaam zullen eventuele overschrijdingen van de blootstellingslimieten aan de oppervlakte van het lichaam optreden. Organen en weefsels die aan de oppervlakte liggen, zoals de zaadbal van de man, zijn het meest kwetsbaar.

Wie de mogelijkheid van overschrijding van de limieten wilverkleinen, volgt de aanbeveling in de gebruiksaanwijzing op te volgen. Zo kan men bijvoorbeeld bij het bellen met een oortje de telefoon niet op het lichaam dragen maar de aanbevolen afstand aanhouden, door de telefoon in de hand te dragen of op een tafel te leggen. Om gebruikers van telefoons in staat te stellen die keuze zelf te maken, is het van belang dat fabrikanten de gebruikers duidelijk op eventueel uit veiligheidsoverwegingen te hanteren afstanden wijzen, bijvoorbeeld voordat de telefoon in gebruik kan worden genomen.

Als er niet met een telefoon wordt gebeld en de communicatie bestaat uit het kort uitwisselen van data voor bijvoorbeeld e-mail dan zal vermoedelijk geen overschrijding van de SAR waarden plaatsvinden, ook al wordt de telefoon direct tegen het lichaam gehouden. De reden hiervoor is dat dergelijke blootstelling slechts van korte duur is en dat de toegevoerde energie dan snel genoeg door het lichaam kan worden afgevoerd. De SAR waarde dient immers als het gemiddelde over een tijdsduur van zes minuten te worden bepaald. In bovengenoemde situaties is het gemiddelde zendvermogen van een telefoon veel lager dan het maximum. Daardoor zal de over zes minuten gemiddelde SAR waarde ook lager zijn dan tijdens het bellen.

Daarnaast geldt er volgens de Europese regels voor werknemers een hogere limiet (plaatselijke SAR waarden van 10 W/kg) voor de blootstelling van hoofd en romp dan voor de algemene bevolking (2 W/kg). De limieten voor werknemers zijn ruimer omdat er bij het vaststellen van de limieten voor de algemene bevolking rekening is gehouden met kwetsbare groepen, zoals kinderen. Dat betekent dat het onwaarschijnlijk is dat bij werknemers die de telefoon op het lichaam dragen de blootstellingslimiet wordt overschreden.

Het is onduidelijk of alleen de mobiele telefoons van fabrikanten die waarschuwen de telefoon op een minimale afstand van het lichaam te houden, de blootstellingslimiet mogelijk kunnen overschrijden als de telefoon tijdens gebruik tegen het lichaam wordt gehouden. Uit de gebruiksaanwijzingen blijft onduidelijk of de telefoons van fabrikanten die géén afstand aanbevelen wel getest zijn voor gebruik op minder dan 1,5 cm. Gelet op de productnormen geldt dat als er geen afstand gemeld wordt de fabrikant daarmee aangeeft dat het veilig is om het toestel bij gebruik op het lichaam te dragen. Echter doordat dit niet expliciet duidelijk wordt gemaakt, blijven daarover in de maatschappij vragen bestaan. Mensen die zich daarover toch zorgen maken, kunnen bij gebruik enige afstand aanhouden, bijvoorbeeld door de telefoon in de hand te houden of op een tafel te leggen.

Bij het met de telefoon tegen het oor bellen (dus niet-handsfree) zit de antenne automatisch aan de goede zijde (van het lichaam af) en is er waarschijnlijk geen sprake van overschrijding van de blootstellingslimiet. Dit geldt ook voor de hand waarmee de telefoon wordt vastgehouden, mede omdat ledematen (volgens de blootstellingslimieten van ICNIRP) een hogere blootstelling (4 W/kg) mogen hebben dan het hoofd en de romp (2 W/kg). Ook bij sms, kort internetverkeer of een binnenkomende oproep is een overschrijding van de blootstelling onwaarschijnlijk door de korte duur ervan. Let wel, wanneer de telefoon als lokale WiFi of Bluetooth hotstpot of als doorgeefluik voor bijvoorbeeld een laptop wordt gebruikt, kan er sprake zijn van een intensievere en langdurigere draadloze verbinding.

Het is raadzaam de telefoon met de voorkant naar het lichaam te dragen omdat de werking van de antenne dan beter is en er minder sterke zendsignalen worden gebruikt (Zie kader 2). Een bijkomend effect is dat de batterij daardoor minder snel leegraakt.

Kader 2: Het zendsignaal van de telefoon
Moderne telefoons zijn zo ontworpen dat de daarin aanwezi­ge antenne(s) geoptimaliseerd is (zijn) voor het gebruik tegen het hoofd. Het zendsignaal wordt vooral van het hoofd af gezonden om een betere verbinding te creëren. Dit heeft ook een positief effect op de gebruiksduur van de batterij. Bij het houden van de achterkant van de telefoon tegen het lichaam wordt door de antenne(s) relatief meer richting het lichaam gezonden.