Mobiele telefoons en zendmasten

Draadloze communicatie met radiogolven bestaat al sinds ongeveer een eeuw en is niet meer uit de samenleving weg te denken. Mobiele communicatie wordt voor het bedrijfsleven, de gezondheidszorg en privégebruik steeds belangrijker, soms zelfs van vitaal belang. Bij het uitvallen van deze communicatie kan bijvoorbeeld het openbaar vervoer verstoord raken en kunnen politie, ambulance en brandweer minder goed functioneren.

Mobiele telefoons maken gebruik van elektromagnetische velden om te kunnen communiceren. Bij mobiele communicatie wisselen een vaste zendmast en een mobiel apparaat signalen (elektromagnetische velden) uit. Een mobiel apparaat, bijvoorbeeld een mobiele telefoon, kan de ontvangen signalen omzetten naar spraak of schrift. Andersom kan een mobiel apparaat ook signalen zenden die weer door de zendmast worden ontvangen en doorgezonden.

Voor een goede werking is het nodig om zendmasten binnen enkele honderden meters van de gebruiker te plaatsen, meestal op een zichtbare plaats in onze leefomgeving. De netwerken voor GSM en UMTS – van alle soorten mobiele communicatie de meest gebruikte – hebben begin 2012 samen ongeveer 24.500 antenne-installaties in ongeveer 6000 zendmasten.

Naast de voordelen leidt het gebruik van mobiele communicatie ook tot vragen over mogelijke nadelige effecten op de gezondheid. Burgers protesteren tegen zendmasten in hun leefomgeving omdat ze twijfelen aan de betrouwbaarheid van de blootstellingslimieten en de veiligheid van de gebruikte apparatuur. Er worden vragen gesteld zoals “Is de straling van zendmasten gevaarlijk?”; “Krijg je kanker van mobiele telefoons?” en “Kunnen die zendmasten niet buiten de bebouwde kom staan?”. In reactie op dergelijke vragen hebben steeds meer gemeenten en woningcorporaties uitgewerkt hoe ze, rekening houdend met maatschappelijke en lokale belangen en het bestaan van landelijke regelgeving, met de plaatsing van zendmasten omgaan.

Ook zijn er mensen die aangeven klachten te ervaren als zij in de buurt komen van mobiele telefoons of zendmasten. Dit wordt elektrogevoeligheid genoemd. Voorbeelden van de gezondheidsklachten die mensen ervaren, zijn vermoeidheid, hoofd-, spier- en gewrichtspijnen, concentratieproblemen, duizeligheid, misselijkheid, hartkloppingen en spijsverteringsproblemen. De klachten die elektrogevoeligen ervaren, zijn reëel en kunnen ernstig zijn en de kwaliteit van leven nadelig beïnvloeden. Wetenschappelijk onderzoek heeft niet aangetoond dat blootstelling aan elektromagnetische velden deze gezondheidsklachten veroorzaakt. Voor de mensen die de klachten ervaren, is het duidelijk: als de bron wordt uitgeschakeld, verdwijnen de klachten. Ondanks het ontbreken van wetenschappelijke bevestiging kan niet worden uitgesloten dat onder de groep mensen die zich elektrogevoelig noemt een deel daadwerkelijk gevoelig voor elektromagnetische velden is. Meer hierover is te lezen in het kennisbericht “Elektrogevoeligheid”.